Vrijdag 17 Mei 2013 om 20:12

Het verschil tussen lobby en nepotisme

2013-05/425596_10151377568464179_2071093359_n.jpg

Beinvloeding van politici moet zo plaatsvinden dat het de werking van de democratie ondersteunt. Politiek speelt zich niet af in de raadszaal of Tweede Kamer. De discussies die daar gehouden worden, zijn eerder het sluitstuk van een ander, nóg ingewikkelder discussie: die tussen politici en belanghebbenden. Lobby, of die nou plaatsvindt door lobbyisten of andere mensen die zich in de politiek mengen, is een essentieel onderdeel van het functioneren van de politiek.

Iedereen lobbyt. Lobbyen is het proberen sympathie te krijgen voor je (politieke) standpunt. Goede, ervaren lobbyisten kennen de mensen die ze moeten spreken, kennen de achtergrond van de politieke discussies, de onderwerpen, en zijn ervaren in hoe ze een boodschap moeten verpakken. Ervaren lobbyisten hebben dan ook ontegenzeggelijk een voorsprong op anderen in het bereiken van politici.

Goede lobbyisten zijn een zegen voor de democratie. Ze voegen kennis toe, overzien het speelveld, en kunnen politici helpen bij het maken van een afweging. Goede lobbyisten denken daarbij ook aan hun eigen reputatie; als je bij politici de indruk wekt dat je ze op wat voor manier dan ook niet eerlijk voorlicht, willen ze een volgende keer niet meer met je praten.

Maar hebben lobbyisten daarmee macht? De uiteindelijke beslissing over onderwerpen worden genomen door de politici zelf. En zij moeten zich verantwoorden. Het blijft de verantwoordelijkheid van politici om de inzet van lobbyisten te doorgronden, en zelf een afweging te maken. Transparantie hoort daarbij; goede lobbyisten en goede politici kunnen ten alle tijden uitleggen waar ze voor staan, en waarom ze bepaalde keuzes maken. Reputatie is alles; blind lobbyisten volgen is voor politici al even onverstandig als het voor lobbyisten is om proberen politici om te kopen. In beide gevallen weet je dat het ten koste gaat van je eigen functioneren.

Hoewel het uiteindelijke doel van lobby is om gedragingen van de overheid te veranderen, is een lobby gericht op het veranderen van het beleid van de overheid. Het gaat om het politieke spel.

Anders is dat bij clientelisme zoals dat nog steeds in sommige delen van Nederland bestaat. Het in achterkamertjes beinvloeden van gedragingen van de overheid, bijvoorbeeld door afspraken te maken over het verdelen van geld, invloed en macht, in ruil voor politieke steun, is weliswaar belangenbehartiging, en kan lijken op lobby, maar is dat niet.

Bij een lobby is er sprake van uitruil van gedachten; bij clientalisme uitruil van macht. Lobby is een essentieel onderdeel van de democratie, nepotisme en clientelisme helpen juist de democratie om zeep.

In mijn tijd in Feijenoord werd ik geconfronteerd met een samenspel van bepaalde partijgenoten, bewonersorganisaties en opbouwwerkers die van oudsher gewend waren macht, geld en baantjes onder elkaar te verdelen. De bewonersorganisaties, oud, blank en overwegend boos en teleurgesteld, waren de band met de rest van de inwoners weliswaar helemaal kwijt, maar bleven vasthouden aan even kostbare als nutteloze inspraakprocedures die er vooral op gericht waren hun macht te bestendigen. Ik heb geprobeerd daar wat aan te doen door de subsidies aan bewonersorganisaties op basis van hun activiteiten toe te kennen en het opbouwwerk zo in te richten dat het alle bewoners van de Deelgemeente ten goede kwam.

Het werd me niet in dank afgenomen en ik ben weggestuurd. En de huidige situatie? Dat Turkse bewoners van de deelgemeente proberen iets voor elkaar te krijgen is toe te juichen. Dat steeds meer Nederlanders van Turkse afkomst voor een politieke carrière kiezen is is prima. Zelfs als ze betrokken zijn bij hun achterban. Maar het mag niet leiden tot een situatie zoals ik die aantrof in 2006, waar in de achterkamertjes geregeerd wordt, maar dan door anderen. Of dat aan de orde is, kan ik vanuit Den Haag en Brussel, waar ik nu vooral mijn tijd doorbreng, moeilijk beoordelen, maar het is goed dat er onderzoek naar gedaan wordt.

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter

Woensdag 15 Mei 2013 om 11:41

Bij de bat mitswa van mijn dochter

In de synagoge waren volgens mijn echtgenote 200 mensen aanwezig; volgens mij 300. Het zullen dus wel 200 mensen geweest zijn. In het middelpunt; onze dochter M die een gedeelte van de dienst leidde en voorlas uit Thora en de Haftara.

Sommige mensen vroegen zich af waarom ze nou waren uitgenodigd. Andere mensen vragen zich af waarom er een blog over geschreven wordt. Ik zal proberen dat uit te leggen.

Maar eerst wat achtergronden van de bat mitswa zelf. Volgens de mishna (nidda 5:6) geldt, dat als een meisje twaalf jaren en een dag oud is, haar beloften blijvend zijn. Ook wordt daar gezegd, dat die geldigheid bij jongens pas ingaat als ze 13 zijn. Er zijn in ieder geval twee redenen voor dit verschil. Volgens Maimonides zijn meisjes eerder biologisch volwassen, daarmee eerder in staat te trouwen en niet meer onder de verantwoordelijkheid van hun ouders te vallen.

Maar er is nog een verklaring: bij de schepping werd van de man een rib weggenomen, waar de vrouw van werd gemaakt. De torah gebruikt voor het “maken” van de vrouw met het rib het woord wajiewen, hij bouwde (van bonee, bouwen), dat dezelfde stam heeft als bina, wijsheid. Daaruit wordt vastgesteld dat wijsheid bij de vrouw eerder komt dan bij de man. De meerderjarigheid en verantwoordelijkheid gaat terug tot talmoedische tijden..

Nieuw is het feest en de ceremonie. Hoewel er een bron is die zegt dat al aan het einde van de 18e eeuw al feestelijke maaltijden werden gehouden ter gelegenheid van de bat mitswa van een meisje (Abraham Chai ben Chayim Isaac Mussafia, volgens de Sefardische Opperrabbijn van Israel, Yitschak Nissim), werd tot de 19e eeuw de bat mitswa niet gevierd. En toen het gebruik in Europa (met name in Italië), Egypte en Bagdad ingeburgerd raakte, was het nog door een zegening in de privésfeer, een oproep voor de torah voor de vader van het meisje, een voordracht van de Rabbijn en een openbare voordracht van het meisje over Joodse aangelegenheden. Een bat mitswa zoals we vandaag vieren is een moderne Amerikaanse uitvinding. In Nederland dateert de eerste aankondiging van een bat mitswa in het NIW van de ouders van Keetje Wurms uit Amsterdam. Keetje is overigens maar 29 geworden.

Eén van mijn favoriete rabbijnen uit de Talmoed is Rabbah bar bar Channa. Niet alleen vanwege zijn bizarre naam (eigenlijk heette hij Rabbah bar Channa bar Channa) en omdat hij een beetje een outsider is (net als een andere favo van me: Nachum Iesh Chamzu, wat ‘Nachum de man van “Ook dit” ‘betekent), Rabbah bar bar Channa was de man van de stoere reisverhalen. Meestal overdreven en fantastisch; het waren dan ook parabels. Eén van zijn reisverhalen gaat erover dat hij met een boot onderweg was en een eiland zag. Met zijn reisgenoten ging hij van boord en ging op het eiland barbecueën. Het eiland bleek geen eiland te zijn, maar een vis. Die vond het maar niets dat er op zijn rug een vuurtje gestookt werd, dus hij draaide zich om. Rabbah en zijn vrienden konden zich maar ternauwernood redden en moesten terugzwemmen naar de boot. De verklaring is als volgt: de boot staat voor de Thora. Voor mensen geldt, dat je je soms veilig waant, maar dat die veiligheid vals kan zijn en dat je dan terug moet kunnen zwemmen. Eén van de redenen om onze kinderen kennis mee te geven van de gebruiken van onze voorouders, is omdat mensen, ergens tijdens hun leven, zich existentiële vragen kunnen stellen als “wie ben ik?”. En dan is het fijn als je terug kan zwemmen. Of je het doet, is overigens een vrije keuze. Dat dan weer wel.

Maar er is nog wat anders. En dat heeft te maken met het gedeelte van de Thora dat we deze week lezen: Bamidbar; het eerste stukje van het boek Numeri. Bamidbar betekent “in de woestijn” en is het eerste onderscheidende woord van het eerste gedeelte van het vierde boek van de torah. Het bestaat uit de verzen Numeri 1:1–4:20. Het gedeelte bestaat uit 7.393 letters, 1.823 woorden en 159 verzen. Dit gedeelte gaat over de volkstelling die gehouden wordt, en de plichten van de priester. In een jaar tijd wordt de hele Torah gelezen. Het boek Bamidbar — „In de woestijn” — begint met de opdracht aan Mosjé om een volkstelling te houden onder de mannen boven de leeftijd van twintig jaar— oud genoeg om dienst te doen. De telling levert iets meer dan 600.000 op. De Levieten worden later apart geteld. Zij zullen verantwoordelijk zijn voor het transport van de draagbare tempel en alles wat daarin staat en om dat weer in elkaar te zetten wanneer het volk zijn leger opslaat.

De stammen van Israël, ieder met zijn banier, worden in vier afdelingen rondom het draagbare tempel gerangschikt: oost, zuid, west en noord. Omdat de stam Levie apart gehouden wordt, wordt de stam van Jozef in tweeën gesplitst, Efraïm en Menasje, zodat er vier groepen van drie ontstaan. Wanneer het volk reist, gaan zij in dezelfde formatie als waarop zij gelegerd zijn in een kamp. De rol van de eerstgeborenen wordt ingenomen door de Levieten omdat zij niet bij het gouden kalf gezondigd hebben. De uitwisseling vindt plaats tegenover al de 22.000 Levieten van een maand en ouder. Maar alleen Levieten tussen de 30 en 50 jaar zullen in het draagbare tempel werken. De zonen van Levie worden verdeeld in drie families, Gersjon, Kehat en Merari (behalve de Kohaniem – een speciale afdeling van de Kehat-familie). De familie Kehat droeg de menora, de tafel en de Heilige Ark. Vanwege zijn grote heiligheid mogen de Ark en het altaar alleen door Aharon en zijn zonen worden ingepakt, voordat de Levieten het voorbereiden voor de reis.

Enige tijd geleden wilden ze ook Joden tellen, maar dan (Godwin alert!) uitkomen op nul. En dan citeer ik mijn grootmoeder: “They tried to kill us all. But look at us now”. Een individuele stap van een klein meisje als gevolg van de tortuur van de ouders wordt zo een politieke daad: we laten daarmee zien dat we bestaan, en doorgaan met onze tradities. En daar mag iedereen getuige van zijn.

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter

Woensdag 01 Mei 2013 om 09:38

De Internationale

Op het PvdA-congres van vorige week werd aan het einde traditiegetrouw De Internationale gezongen. Omdat niet iedereen de tekst kent, werd die op een groot scherm geprojecteerd, maar helaas met fouten. Omdat ik als kind in een ketel met socialisme ben gevallen (volgens sommigen ben ik er aan mijn hiel in ondergedompeld) ken ik de tekst uit mijn hoofd en vielen me de foutjes meteen op.
Nee, dan vroeger! Toen kenden de dames en heren partijgenoten de tekst uit hun hoofd, en zong men met gebalde vuist dit Socialistische Volkslied.

Er zijn mensen die vinden dat De Internationale achterhaald is en maar helemaal niet meer gezongen moet worden. Het is dan ook een goed idee om eens verder naar de tekst te kijken.

Om te beginnen: Wat is die Internationale nu eigenlijk? In dit geval gaat het om de zogenaamde "Tweede Internationale": een (internationaal, duh) gezelschap socialistische en sociaal-democratische politieke partijen dat tussen 1889 en 1916 bij elkaar kwam om de gezamenlijke, internationale belangen van de arbeiders te verdedigen. Deze Tweede Internationale heeft niet alleen De Internationale tot Volkslied benoemd, maar heeft ook 1 mei tot Internationale Dag van de Arbeid uitgeroepen, 8 mei tot Internationale Vrouwendag, en streed in het bijzonder voor de 8-urige werkdag; 8 uur werk, 8 uur rust en 8 uur ontplooiing was hun ideaal. Nou, de eerste twee hebben ze in ieder geval binnengehaald.

De Tweede Internationale was een voortzetting van de Eerste Internationale, ook bekend als de Internationale Arbeidersassociatie. Een bonte stoet aan partijen, vakbonden en andere groeperingen die voor gemeenschappelijke belangen opkwamen.

Door de industriële revolutie gebeurden een paar dingen: Voor het eerst was het mogelijk om op echt grote schaal te produceren. Goedkope arbeidskrachten maakten de producten goedkoper en we kennen de verschrikkelijke verhalen uit de fabrieken, die rond die tijd ontstonden. Als de arbeiders gingen staken, haalden de fabrieksbazen soms stakingsbrekers uit het buitenland. Om daar een stokje voor te steken organiseerden de arbeidersbewegingen zich internationaal. Zowel voor de werkgevers als de arbeiders was het makkelijker geworden om te reizen; dankzij de trein en de stoomboot was jij, je producten of je mensen uren of dagen, maar niet meer weken onderweg.

Ontwaakt, verworpenen der aarde!
Ontwaakt, verdoemden in hongers sfeer
Reedlijk willen stroomt over de aarde
En die stroom rijst al meer en meer.
Sterft, gij oude vormen en gedachten!
Slaafgeboornen, ontwaakt,ontwaakt!
De wereld steunt op nieuwe krachten,
Begeerte heeft ons aangeraakt!

Makkers, ten laatste male,
Tot den strijd ons geschaard,
en d’Internationale
Zal morgen heersen op aard.

De staat verdrukt, de wet is logen,
De rijkaard leeft zelfzuchtig voort;
Tot ‘t merg wordt d’ arme uitgezogen
En zijn recht is een ijdel woord
Wij zijn het moe naar andrer wil te leven;
Broeders hoort hoe gelijkheid spreekt:
Geen recht, waar plicht is opgeheven,
Geen plicht, leert zij, waar recht ontbreekt.

Makkers, ten laatste male,
Tot den strijd ons geschaard,
en d’Internationale
Zal morgen heersen op aard.

Ondanks het internationale karakter van de Tweede Internationale en de pogingen om Arbeidersbelang belangrijker te maken dan het landsbelang, viel de Tweede Internationale bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog uit elkaar.

Hierna kreeg je twee rivaliserende internationalen: de Socialistische Arbeidersinternationale (1923 - 1940), de voorloper van de Socialistische Internationale die vandaag de dag nog steeds bestaat) en de Derde Internationale, of Comintern, die van 1919 tot 1943 bestond, en gedomineerd werd door de Sovjet-Unie. Tussendoor had je nog de Vierde Internationale, opgericht door Trotsky en zijn volgelingen die door de Sovjet-Unie de deur waren gewezen.

Dat was allemaal vroeger. Maar ongebreideld kapitalisme komt nog steeds voor. Nog steeds buiten fabriekseigenaars hun werknemers uit. Kijk naar de ingestorte fabriek in Bangladesh. Binnen Europa hebben we het redelijk uitgebannen, mede dankzij de EU, maar verderop in de wereld...

Internationale samenwerking om onderdrukking te voorkomen, een politiek gebaseerd op rede en redelijkheid, een kritische blik op de staat en de wet en opkomen voor het recht om zélf over je leven te beschikken hebben niets aan actualiteit ingeboet. Geen rechten zonder plichten, en geen plichten zonder rechten. De Internationale kan dus nog wel even gezongen worden. Bijvoorbeeld vandaag.

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter

Maandag 15 April 2013 om 11:53

Kleine Hollandse tragiek

Laten we als voorbeeld eens een school in Leiden nemen. De meeste ouders brengen hun kinderen lopend of met de fiets naar school, en sommigen met de auto. De meesten daarvan zoeken een parkeerplek, maar anderen parkeren dubbel of stoppen midden op de weg om hun kinderen af te zetten. Ergerlijk en asociaal. Maar begrijpelijk, want de dag is kort, de baas is streng en er is veel werk.

Dat gaat goed totdat er eens een meisje, laten we haar eens Ilse noemen, zoals iedere ochtend op de fiets naar school komt, maar voor school wordt aangereden wordt door een taxi, terwijl ze om een auto moet laveren waarmee een jongetje afgezet wordt. Schuld van de taxichauffeur natuurlijk, zegt de vader van het jongetje, en suf van het meisje dat ze niet uitkeek (ze was altijd al wat warrig) en de andere ouders die hun kinderen al op dezelfde onveilige manier zullen hierin het onomstotelijke bewijs vinden dat zij het beter doen en hun oogappeltjes wél veilig afzetten.

Nadat de bloemen verwelkt zijn, het papier van de tekeningen vergeeld, het ziekenhuisbezoek geweest, de stille tocht vergeten begint het weer van voren af aan. Terwijl het zo simpel is.

Les 1: breng het leven van je eigen en andere kinderen niet in gevaar. Doe het gewoon niet.

Toch gebeurt het. Tenzij… tenzij natuurlijk de ouders worden aangesproken op dit gevaarlijke en onwenselijke gedrag. Maar wie moet dit doen? De ouders zelf? De politie? Het hoofd der school?

De politie zal er vast al een keer een maand gepatrouilleerd hebben, en toen nam het gevaarlijke gedrag inderdaad af. De boetes zijn hoog, maar de ouders die hun kinderen met de auto naar school brengen vloeken binnensmonds: "Heeft de politie nu niets beters te doen?, boeven vangen bijvoorbeeld?".

Ouders die andere ouders erop aanspreken krijgen een grote mond. En dat kan ertoe leiden dat hun kinderen niet uitgenodigd worden voor de feestjes van de autokinderen. De andere ouders zeggen dan "hij heeft op zich wel een punt, maar hij zegt het zo bot". En: "alsof hij het zelf zo goed doet. Ik zag hem laatst met een noodgang in die ouwe puinbak van hem nog de bocht om scheuren".

Het hoofd der school ziet het volgende conflict alweer aankomen. Vorig jaar is er al een brief de deur uitgegaan waarin de ouders gewezen werd op de gevaarlijke situaties die mogelijk kunnen ontstaan bij dubbel parkeren. Misschien moet er onderzoek gedaan worden. Of kan het probleem besproken worden op een ouderavond. Als punt 5 op de agenda; na de "evaluatie TOPS-systeem" en voor de "aanschaf nieuwe bibliotheekboeken".

En dan het bevoegd gezag.

De oudercommissie ziet deze discussie als een onwenselijke onderbreking van het voorbereiden van feesten waar tachtigerjarenmuziek gedraaid wordt. De Medezeggenschapsraad erkent het probleem, maar tsja, tsja, er zijn ook andere problemen en tsja, tsja, toegegeven: er is een parkeerprobleem in de wijk en tsja, tsja, meestal gaat het goed. En één van de ouders waarvan bekend is dat hij zijn zoon zo afzet is niet alleen sponsor van het hockeyteam maar er is ook van bekend dat hij losse handjes heeft. Tsja, tsja. Ieder verhaal heeft natuurlijk twee kanten. Of drie. Dus tjsa, tsja. Complex. Moeilijk. Ingewikkeld. Bovendien moet je een verschil maken tussen dubbelparkeren enerzijds, en afzetten en doorrijden anderzijds. Maar waar ligt de grens? Het is maar goed dat er competente mensen als wij in de Medezeggenschapsraad zitten, want het is een complex probleem.

Zo is Nederland. Ondertussen gebeurt er niets. Totdat er een ongeluk gebeurt. Maar meestal gebeurt er geen ongeluk en gebeurt er niets en heeft iedereen die niets heeft gedaan, gelijk.

En Ilse fietst iedere ochtend naar school en ergens in Leiden wordt een taxi besteld.

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter

Zaterdag 06 April 2013 om 19:00

Alle bestuur is lokaal.

Vandaag ben ik eindelijk weer eens naar een discussiebijeenkomst geweest van de PvdA. Over de inrichting van het lokaal bestuur, en georganiseerd door het Centrum voor Lokaal Bestuur van de PvdA, waar ik geen lid meer van ben, dus ik was er als verstekeling. Goed dat deze discussies gehouden worden. Het ging over de nota Bestuur in Samenhang, dus hartstikke actueel. Om de bijeenkomst goed bereikbaar te houden was hij georganiseerd in een zaaltje in het deprimerende vergadercentrum Vredenburg. Hoewel er goeie mensen waren, was de gemiddelde bezoeker ouder dan 50, man en blank. Geenszins een afspiegeling van onze bestuurders en volksvertegenwoordigers, en al helemaal niet van de mensen waar we het allemaal voor doen. Terwijl het toch zo simpel is. Vraag nou eens de twee of drie jongste volksvertegenwoordigers of bestuurders om een beknopte inleiding te houden.

Maar goed, wel een zaal vol betrokken politici en bestuurders, en dat zorgt altijd wel voor reuring. Over het algemeen was het dan ook een goede discussie over een heel redelijke notitie. Het biedt inzicht in de ambities die de Minister van BZK heeft op het gebied van bestuurlijke inrichting, en de samenhang ertussen. Ik geloof dat dat precies is wat die notitie moest doen, dus dat klopt.

Zelf mis ik in de notitie de casuistiek; vaak kunnen de opmerkingen die erin staan ook gemaakt worden over de bestuurlijke inrichting van bijvoorbeeld New York of de maan. Waareen notitie over de inrichting van het Nederlandse bestuur natuurlijk over zou moeten gaan is de vraag waar problemen zijn waar de bestuurlijke inrichting nu nog een beter leven voor meer mensen tegenhoudt, en wat eraan gedaan moet worden om dat probleem op te lossen.

Er waren interessante vragen. Bijvoorbeeld de kwestie in hoeverre de (veronderstelde) gebiedsidentiteit overeen moet komen met een bestuurslaag. Zeeuwen en Friezen hebben de provinciale vlag wel eens uithangen; in Zuid-Holland zou ik niet weten hoe hij eruit ziet. Achterhoekers, Bollenstrekers, Westfriezen, Zaanlanders en Twentenaren hebben ook duidelijk een eigen identiteit, maar zonder dat die overeenkomt met de bestuurlijke grenzen. Hoe dan ook; het roept emoties op, en daar heb je rekening mee te houden. 

Of over burgerparticipatie: Ik vind dat daar waar mensen al georganiseerd zijn, is er geen enkele reden om niet met ze te praten. In Friesland heb je de dorpsbelangen, in Rotterdam moskeeën waar mensen met elkaar praten. Als bestuurder en politicus is het je plicht om mensen te spreken, en het moet niet uitmaken waar ze zijn. Zeker als we van de Deelgemeenten afwillen, moet je niet krampachtig gaan zoeken naar wijkraden waar ongetwijfeld weer de gebruikelijke mensen op af komen. 

Van één opmerking uit de notitie schrok ik wel:

Door goed te luisteren en rekening te houden met lokale wensen en omstandigheden van burgers kan het handelen van de overheid meer op maat en effectiever worden ingericht. Het maakt maatwerk mogelijk en vergroot de betrokkenheid van burgers. Een betrokkenheid die nodig is om de bezuinigingen te kunnen realiseren.

Betrokkenheid om bezuinigingen te realiseren? Het klinkt me wat te strategisch. De essentie van democratische politiek is juist dat publieke macht en publieke middelen publiek verantwoord worden. Voor politici moet het genereren van betrokkenheid core business zijn. Niet om bezuinigingen erdoor te drukken, maar om de democratie te behouden. Aan de andere kant spreekt het voor zich dat als die betrokkenheid er niet is, de burgers niet automatisch de wave zullen doen voor welke beslissing dan ook.

Besturen is mensenwerk. Bestuurlijke samenwerking gaat over de samenwerking tussen personen, en je hoeft niet telkens een bestuurlijke oplossing te kiezen voor wat persoonlijke kwesties blijken te zijn. Dat geldt ook voor de relatie tussen overheid en burger: Mensen wonen niet in een bestuur, maar in een stad, en praten niet met een bestuurslaag, maar met een mijnheer of mevrouw die wel of niet goed zijn of haar best doet. Bestuurlijke inrichting moet dan ook volgen op de vraag op welke schaal uitvoeringszaken het best geregeld kunnen worden, of bepaalde problemen aangepakt. Maar niet telkens hoeven daar de grenzen voor veranderd te worden; het kan best zo zijn dat je als gemeente voor het ene probleem liever met de ene buurgemeente samenwerkt, en voor het andere, met de andere. 

Ook hangt veel af van hoe de bestuurders erin zitten. Ik was laatst in Gilze op bezoek, en hoorde dat Breda daar geinvesteerd had. Gewoon omdat het beter was voor de hele regio, en daarmee ook voor Breda zelf. Zo ontwikkelt Noord-Brabant zich. 

De komende jaren wordt de vraag actueel hoe Nederland een bijdrage kan leveren aan, en kan profiteren van het steeds belangrijker wordende Europa. Een aantal Nederlandse regio's kan daar echt nog wel wat harder aan trekken. Vanaf een afstand zie ik hoe Noord-Brabant het doet, en nu al profiteert van het vrije verkeer van goederen, diensten en personen dat Europa mogelijk maakt. Aan de andere kant maak ik me zorgen hoe de noord- en zuidvleugels van de Randstad zich ontwikkelen. De Minister heeft dan ook gelijk dat daar wat moet gebeuren. Maar of een veranderde provincie-structuur haalbaar of een oplossing is, waag ik te betwijfelen.

Beter zou het zijn dat de Minister, samen met het bedrijfsleven en misschien zelfs de buitenlandse handelspartners naar de betreffende regio's gaat en daar vertelt wat er moet gebeuren, en waarom dat ervoor zorgt dat het leven beter wordt voor meer mensen. Als dat verhaal overtuigend is, volgt vanzelf de druk om het te regelen. Met of zonder structurele aanpassingen. En als het dan niet lukt, kan er altijd ingegrepen worden, en is er nog een goeie reden voor ook. Uiteindelijk gaat het ook hier om de inhoud, en daarna pas over de vorm.

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter

Vrijdag 08 Maart 2013 om 09:50

EU nog niet klaar voor toetreding Turkije en vv.

Gisteren stond in de Volkskrant een opmerkelijk ingezonden stuk van de Kamerleden Voordewind en Segers van de Christenunie. Hun stellng is dat de kloof tussen Europa en Turkije is breder is dan de Bosporus, en vanweg de grote culturele verschillen en de in Turkije bestaande misstanden, de besprekingen met Turkije om lid te worden van de Europese Unie stopgezet moeten worden. De Europese Unie is een waardengemeenschap, en de Turkse waarden zijn de onze niet. Althans, zo betogen de Kamerleden.

Het is zeker zo dat in Turkije misstanden zijn. Grote misstanden zelfs. Er is dan ook alle reden om ze daarop aan te spreken. Maar het is niet zo dat die in de rest van de Unie niet aanwezig zijn. Zo is Nederland aangesproken op het vastzetten van mensen zonder dat daar een rechter aan te pas is gekomen. Wij noemen dat dan "voorlopige hechtenis", en na afloop wordt het vaak gerepareerd door een straf toe te passen "met aftrek van voorarrest", zodat het allemaal rechtmatig wordt, maar toch. Netjes is het niet. En andere misstanden in andere Europese landen?  Ik was verbijsterd door wat ik aantrof toen ik een paar jaar geleden in rechte lijn op de motor van Praag naar München reed en aan de Tsjechische grens een echt ongelooflijke hoeveelheid sexclubs en bordelen zag. De reden is dat de Tsjechische overheid net wat makkelijker omgaat met vormen van prostitutie dan de Duitse. Om maar te zeggen: het beeld van een rein en fris Fort Europa waarbuiten de horden zich verschuilen klopt niet.

Het is zeker waar dat er grote tegenstellingen zijn tussen Turkijke en de meeste van de andere Europese landen. Maar het doel van de Unie is juist door economische samenwerking die verschillen te kunnen overbruggen en aan vrede en co-existentie te werken. Als het alleen was gegaan om de waarden was het nooit wat geworden tussen Duitsland en Frankrijk in de EGKS. Je had ze eens over elkaar moeten horen. 

Behalve die culturele verschillen zie ik een ander, groter probleem; door grote omvang van het Turkse volk zullen ze een belangrijke stem krijgen in het Europees Parlement. Op hoeveel zetels ze precies zouden kunnen rekenen is zo makkelijk niet te zeggen (over de verdeling van het aantal zetels per land is het laatste woord nog niet gezegd), maar als je nagaat dat Turkijke zo'n 80 miljoen inwoners heeft en het totaal aantal vertegenwoordigden daarmee een kleine 600 miljoen wordt), kunnen ze beginnen met het opeisen van zo'n 100 zetels. Terwijl de andere landen er natuurlijk in relatieve invloed fors op achteruitgaan. De Unie zelf staat dan ook niet te springen voor toetreding van Turkije.

Toch is het goed om de discussie met Turkije over toetreden te blijven voeren. Er zijn immers ook goede redenen om wél te kijken naar meer economische samenwerking tussen Europa en Turkije, die eventueel kunnen uitmonden in een lidmaatschap van de Unie. Turkije heeft één van de snelstgroeiende economieën; het BBP groeide in 2012 met 4,2%. Met bijna 80 miljoen inwoners met steeds meer geld, lijkt het me een mooie economische partner. Een op Europa gericht Turkije kan ook bijdragen aan een veiliger Europa.

Een toetreding op korte termijn is niet aan de orde: de toetredingseisen zijn -terecht- streng en van het vaststellen van een toetredingsdatum voor Turkije is dan ook absoluut nog geen sprake. Turkijke moet eerst voldoen aan de zogenaamde "Kopenhagencriteria". Daarvoor moet eerst een groot aantal hervormingen worden doorgevoerd. Zowel in wet- en regelgeving, als in de praktijk. Verbeteringen op het gebied van de rechtstaat, democratie en mensenrechten (o.a. de positie van minderheden) zijn harde voorwaarden.  Een democratisch, veilig en stabiel en Europa-gericht Turkije kan een belangrijke meerwaarde voor de EU vormen. Met een uitbreiding kan Turkije helpen de economie, vrede en veiligheid binnen Europa te bevorderen. Maar ook de EU moet klaar zijn voor verdere uitbreiding en het toetredende land kunnen opnemen.

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter

Vrijdag 01 Maart 2013 om 16:58

Nederlanders in Europa: als je niet meepraat, kan je niets zeggen.

Vanochtend stond een aardig stripverhaaltje in Trouw naar aanleiding van de uitstekende resultaten die de komiek Beppe Grillo behaalde bij de Italiaanse verkiezingen: roepen dat het allemaal niets is leverde hem veel stemmen op. Moeilijker is het om met een alternatief te komen, en nog moeilijker is het om vervolgens dingen voor elkaar te krijgen. Vooral is het tragisch dat als je dingen voor elkaar wil krijgen en je dan wat gaat doen, je ook mensen tegen je in het harnas kan jagen.

Het is dan ook altijd goed om te kijken hoe volksvertegenwoordigers het doen. Vanmiddag heb ik eens een lijstje gemaakt om te kijken hoe onze landgenoten in het Europees Parlement verdeeld zijn over de verschillende commissies. Daar kwam wel wat interessants uit: in bepaalde commissies zijn Nederlanders met nogal wat mensen aanwezig; in andere zitten NUL Nederlanders. Hier volgen mijn bevindingen:

  • Buitenlandse Zaken: 7
  • Burgerlijke Vrijheden: 7
  • Commissie Beleidsuitdagingen: 6
  • Economische Zaken: 6
  • Rechten van de vrouw en gendergelijkheid: 5
  • Mensenrechten: 5
  • Ontwikkelingssamenwerking: 4
  • Financiele, Economische en Sociale Crisis: 4
  • Begroting: 4
  • Landbouw: 2
  • Werkgelegenheid en Sociale Zaken: 2
  • Internationale Handel: 1
  • Regionale Ontwikkeling: 1
  • Veiligheid en Defensie: 1
  • Cultuur en Onderwijs: 1
  • Juridische Zaken: 0
  • Visserij: 0
  • Constitutionele Zaken: 0

Als je er niet over meepraat heb je er niets over te zeggen. In belangrijke commissies als visserij en landbouw (waar nog enorme bedragen aan subsidies verspijkerd worden) zijn Nederlanders niet- of ondervertegenwoordigd. In sommige commissies waar vooral belangrijke symbolische beslissingen worden genomen, zijn Nederlanders nu juist oververtgenwoordigd.

Geen goede zaak. Een sterk vertegenwoordigd Nederland is goed voor een sterk Europa. Europa kan op belangrijke onderwerpen niet zonder Nederlandse inbreng en tegelijkertijd kan Nederland meer profiteren van Europa. Er moet dan ook een betere verdeling van de Nederlanders over de verschillende commissies komen. Ook best belangrijk!

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter

Dinsdag 26 Februari 2013 om 09:28

Bestuurlijke inrichting voor Europa en van de deelgemeenten.

De afgelopen weken is er weer veel te doen geweest over het deelgemeentestelsel én over de herinrichting van provincies. Tijd om wat oude koeien uit de sloot te halen. Helemaal in lijn met de andere problemen die de pers beheersen zullen het zelfs oude (stok)paardjes zijn.

Om te beginnen: de deelgemeenten. De problemen met Turkse organisaties in Feijenoord werden breed uitgemeten in de pers. Zonder ze te willen bagatelliseren, is het wel belangrijk te blijven herhalen dat het informeel verdelen van baantjes, macht en subsidies een al langer bestaand probleem is in sommige gebieden in Nederland, en niet voorbehouden aan Turkse organisaties. In het geval van deelgemeenten, hangt het probleem samen met de existentiele vraag voor deze bestuurslaag: "waar bestaan we voor, en kunnen we doen wat we willen doen met de middelen die we hebben?". In Rotterdam werd deze vraag door verschillende deelgemeenten verschillend beantwoord; sommige deelgemeenten wilden graag over van alles en nog wat eigen beleid ontwikkelen, terwijl andere deelgemeenten alleen een uitvoerende taak voor zichzelf zagen weggelegd. En dat fenomeen hangt weer samen met de ontstaansgeschiedenis van deelgemeenten in Rotterdam.

De deelgemeenten zouden binnen de Stadsprovincie Rotterdam zelfstandige gemeenten worden, en kregen steeds meer taken die daarbij zouden horen. Nadat 86% van de stemmende Rotterdammers tegen het ontstaan van de stadsprovincie stemden (immers: het zou de opheffing van de stad Rotterdam betekenen, en wat doe je dan met zo'n diep gat aan de oevers van de Maas), ging dat plan niet door en bleven de deelgemeenten bestaan.

Dan de provincies. Die blijven toch maar tot bestuurlijke reuring leiden. Waar het eerst ging om de taken van de provincies (veel is naar de steden gegaan, en een enkel dingetje naar het Rijk), gaat het nu om schaalvergroting. In de visie van de Minister moeten we naar grotere steden en grotere provincies. Ik ben dat wel met hem eens. Net zo min als je van de belastingbetaler hoeft te verlangen dat hij allerlei beleidsambtenaren betaalt op deelgemeentelijk niveau waar de stad het al net zo goed (of beter) doet, is net zo onzinnig als hetzelfde beleid voor dezelfde regio door verschillende provincies te laten vormgeven. Het wordt dan meer ambtelijke bezigheidstherapie dan het gezamenlijk aanpakken van de uitdagingen die we nu eenmaal kennen. Ook een grotere schaal voor steden moet maar eens zakelijk bekeken worden: een grotere schaal kan, mits de politici, besturen en ambtenaren maar oog houden voor wat er bij de inwoners gebeurt, leiden tot forse besparingen, meer daadkracht en een beter bestuur.

Het dilemma is het volgende: om op Europees niveau mee te kunnen komen is eigenlijk één Randstadbestuur noodzakelijk. Reizen, wonen, ontspannen; de kans dat het goed gaat komen is met één bestuur voor die regio net wat groter dan met alle overheden die op dit moment met elkaar om de tafel zitten. Aan de andere kant is er voor zo'n superprovincie weinig draagvlak in de rest van het land.

Bovendien is er nog een ander probleem; de stadsregio's. Dit zijn stedelijke samenwerkingsverbanden waarin veel zaken die uitgevoerd moeten worden, eigenlijk best redelijk gedaan worden. Het probleem met die stadsregio's is dat er geen directe democratische controle op is.

De oplossing is dan ook, nog steeds, even simpel als doeltreffend, en heb ik in 2006 al eens met Arie de Jongopgeschreven: verklein de provincies tot het niveau van de stadsregio's, en hef die op. Je krijgt dan 7 in plaats van 4 randstadprovincies, maar je heft de stadsregio's op. Maak dan wel bij de Randstadprovincies één gezamelijke autoriteit die een beperkt aantal zaken (mobiliteit, inrichting, recreatie), samen met betrokken Ministeries kan aanpakken.

Voor het gemak verwijs ik maar weers eens naar ons stuk uit die tijd: http://robbertbaruch.nl/images/randstad.pdf. Naast toegenomen democratische legitimatie en grotere bestuurlijke slagkracht is het voordeel dat de provinciewet niet aangepast hoeft te worden.

Ten derde: Europa. Uiteindelijk gaat het erom dat we Europa sterker maken. Dat klan alleen met goeie bestuurders die in een democratische omgeving functioneren en sterke, concurrerende en samenwerkende regio's. Een ideale bestuurlijke inrichting bestaat waarschijnlijk niet, maar een haalbare misschien wel.

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter

Zondag 17 Februari 2013 om 13:35

Zwichten kent vele gezichten.

Eén van de aardige verhalen die ik wel eens vertel over mijn tijd in Feijenoord is het volgende: na de oplevering van het Afrikaanderplein hadden we met de omwonenden afgesproken dat er geen auto's geparkeerd zouden worden. Het gaf teveel onrust, het kan makkelijk een zootje worden, en omdat er allemaal paaltjes en hekjes en zo staan, is de kans op beschadigingen groot. Toen de naburige moskee naar me toekwam met het voorstel om daar auto's te laten parkeren, heb ik dat verzoek dan ook afgewezen. Toen er steviger argumenten werden gebruikt (overigens niet door het moskeebestuur zelf) die potentieel ook mijn politieke en persoonlijke toekomst raakten, motiveerde me dat niet extra om aan de wensen van de Moskee tegemoet te komen. Ook door anderen werd flinke druk uitgeoefend, en daarover gaat de anekdote; ik was met mijn gezin onderweg naar Bordeaux, en nog voor Antwerpen werd ik gebeld met het verzoek akkoord te gaan met de ontheffing op het parkeerverbod. Een stevig gesprek volgde. Pas na Parijs zei de stem aan de andere kant van de lijn "en als je het niet doet, ben je gewoon een (...)", en verbrak de verbinding, waarop direct een stemmetje van de achterbank zei "waarom zegt die mijnheer dat, papa?".

Uiteindelijk zijn we onder strikte voorwaarden akkoord gegaan met het verlenen van een ontheffing. Die voorwaarden bestonden eruit dat er mensen zouden helpen bij het parkeren en uitrijden, en dat een beperkt aantal dagen per jaar alle bewoners gebruik konden maken van het Afrikaanderplein als parkeerplaats. Naar mijn idee waren we niet gezwicht, maar hebben we naar een haalbaar compromis gezocht. En het gevonden. 

Het clientelisme in Feijenoord bestond al voor mijn tijd, en na mijn tijd daar zal het ongetwijfeld door zijn gegaan. De reden dat ik vanuit Den Haag naar Rotterdam kwam had er mee te maken: de toenmalige fractievoorzitter en afdelingsvoorzitter wilden graag een PvdA-er die juist niet één van de geeigende clubjes kwam, en een "neutraal" iemand die de subsidies van de bewonersorganisaties kon rationaliseren. Ook mijn afscheid had ermee te maken; na een aanbesteding van het opbouwwerk kwam een voor bepaalde groepen ongewenste partij als de winnaar uit de bus.

Het is alleen maar goed dat Turkse of andere organisaties opkomen voor hun achterban. Dat politici betrokken zijn bij de organisaties en de achterban is ook goed. Ik denk dat dat zelfs te weinig gebeurt. Maar het mag nooit leiden tot het bevoordelen van bepaalde mensen, groepen mensen of organisaties. Belangrijker dan het nemen van beslissingen en het toekennen van subsidies is het in stand houden van de politiek. Door nepotisme en clientelisme wordt de politiek juist uitgehold.

Nu wordt om een onderzoek gevraagd. Een rekenkameronderzoek door de lokale partij, en een enquete door de SP.  Op zich goed om feiten boven water te krijgen, maar het gaat hier bij uitstek om zaken die minder makkelijk te onderzoeken zijn: wat is de politieke cultuur, en wat gebeurt er in de achterkamertjes? Door de aandacht die er nu voor deze zaak is, hoop ik dat bestuurders en politici in heel Nederland zich zullen bedenken alvorens bepaalde groepen mensen te bevoordelen. 

Maar dat dat zich alleen voordoet bij Turkse organisaties en politici is onjuist, en dat alle Turkse organisaties en politici zo werken is al even onwaar. Zeker in Feijenoord niet.

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter

Dinsdag 29 Januari 2013 om 10:34

Best belangrijk

In een vorig leven was ik betrokken bij de campagne "Europa, Best Belangrijk". Ik kan me goed de kritiek herinneren die op deze campagne kwam toen we er eenmaal "live" mee gingen: aan de ene kant de mensen die tegen Europa waren die zeiden dat de campagne teveel het goede van Europa benadrukt, maar de grootste tegenstand kwam van de pro-Europeanen, die vonden dat de campagne te weinig het goede van Europa benadrukte. 

Beiden hadden gelijk. We hadden de campagne ontworpen op basis van onderzoek naar de mening van de Nederlandse bevolking over Europa, waarbij ongeveer 20% van de Nederlanders he-le-maal niets met Europa had, ook 20% al he-le-maal overtuigd was dat Europa he-le-maal de toekomst was, terwijl de rest van de Nederlanders best geinteresseerd (en een beetje kritisch) was ten aanzien van wat er in Brussel gebeurde. "Best Belangriijk" zou dus best bij hen kunnen aansluiten.

Inmiddels zijn we 10 jaar verder, en liggen de extremen verder uit elkaar, maar betwijfel ik of de percentages veranderd zijn. De eurokritiek heeft zijn weg naar het Europees Parlement gevonden en wordt daar het meest luidruchtig verwoord door Nigel Farage van UKIP. Eloquent, confronterend en soms heeft ie best een punt, maar het zijn toch vooral open deuren die door hem met veel geraas ingetrapt worden, waarbij hij vooral zegt wat de anderen allemaal fout doen, maar niet met oplossingen komt over hoe het dan beter kan, behalve dan "stoppen" en "eruit stappen". Aan de andere kant heb je Guy Verhofstadt, die het heeft over het einde van de natiestaat en het begin van een echt federaal Europa.

En dan heb ik het nog niet eens over de echte gevaarlijke gekkies. De Gouden Dageraad, om eens een voorbeeld te noemen, of Berlusconi, die voor het gemak afgelopen zondag maar weer eens zei dat "Mussolini toch ook heel veel goeds gedaan heeft". Het is dan ook terecht dat de Europese Commissie gisteren nog eens waarschuwde voor de invloed van extreem-rechts in de Europese politiek.

De vooruitgang van Europa ligt in een gematigde, kritische, maar opbouwende aanpak. Niet omdat je niet zou moeten kiezen tussen de twee extremen en dan "vanzelf" in het midden uitkomt, maar omdatdat de enige manier is om het goede wat in Europa zit te verbeteren, en dat wat verandering nodig heeft, met elkaar, te veranderen. De enige manier om er sterker uit te komen is door als 27 landen en grote mensen met elkaar te gaan zitten en prioriteiten te stellen. Ik kan er wel een paar noemen: de crisis aanpakken en de economie bevorderen, de veiligheid in Europa en voor Europa vergroten en ten derde (dat moet een Nederlandse hobby worden): de positie van Nederland binnen Europa verbeteren.

Europa is, nog steeds, best belangrijk. Niet belangrijk genoeg om alles voor opzij te zetten en maar naar Brussel te delegeren, niet onbelangrijk genoeg in Nederland stuurs voor ons uit te gaan kijken en roepen dat "hun het maar uit moeten zoeken", maar belangrijk genoeg om je voor in te zetten en te versterken.

Deel dit met anderen: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • Add to favorites
  • Del.icio.us
  • email
  • Facebook
  • Google
  • Twitter